Uitspraak RvS over CE en KOMO doet stof opwaaien

KOMO voor betonOp 8 juni 2016 heeft de Raad van State een oordeel gegeven in de zaak, die bij veel producenten van bouwproducten bekend is onder de naam: Desmepol. Een zaak over de relatie tussen KOMO en CE-markering. Desmepol is een producent van Plastyn, een chemische stof die wordt toegevoegd aan beton, mortel of injectiemortel.

Voor hulpstoffen voor beton, mortel en injectiemortel kan een KOMO-productcertificaat worden verkregen. De bestuurder van Desmepol verzet zich tegen dit KOMO-productcertificaat. Het certificaat zou nadere eisen stellen aan een product die al een CE-markering heeft, en aan de andere kant zou het product zonder een KOMO-productcertificaat en KOMO-markering maar moeilijk verhandelbaar zijn. Een belemmering van het product op de Nederlandse markt. Deze belemmering gaat in tegen het principe dat een product met een CE-markering in beginsel vrij verhandelbaar moet zijn.

De uitspraak, waar lang naar is uitgekeken, is juridisch interessant waar het gaat over de implementatie van de Bouwproductenrichtlijn – de voorloper van de huidige Bouwproductenverordening – in nationale wetgeving. Gebrekkig, zo geeft het ministerie zelf aan.

Uitspraak Desmopol geeft geen uitsluitsel over KOMO naast CE

Voor de bedrijven die gehoopt hadden op een duidelijke uitspraak of KOMO naast CE-markering zelfstandige betekenis kan hebben, is de uitspraak helaas minder relevant. We gaan een stuk terug in de tijd en moeten ons plaatsen in de situatie die op het moment van het indienen van het handhavingsverzoek bestond: in 2012. Desmepol had de Inspectie Leefomgeving en Transport gevraagd om handhavend op te treden richting KOMO of KIWA vermoedelijk met als doel te bewerkstelligen dat de KOMO-productcertificaten in het vervolg achterwege zouden blijven. De Inspectie heeft het verzoek afgewezen, waarna een lange procedure is gevolgd.

Ieder bouwproduct heeft zijn eigen toetsingskader, eigen beoordelingsrichtlijnen, eigen geharmoniseerde normen. Dat maakt al dat een uitspraak over betonmortel, zoals de deze, niet 1-op-1 kan worden toegepast voor andere bouwproducten.

De Raad van State bepaalt eerst het toetsingskader in deze zaak en gaat in op de Beoordelingsrichtlijnen 1801 en 1803 in relatie tot het product “Betonmortel”. De Raad oordeelt:

Toepassing van de Beoordelingsrichtlijn 1803 is niet voorgeschreven. Evenmin kan de toepassing van de Beoordelingsrichtlijn door KOMO of Kiwa worden voorgeschreven, aangezien KOMO en Kiwa geen daartoe strekkende bevoegdheid hebben.

In artikel 1.2 van de Beoordelingsrichtlijn 1801 “Betonmortel” is vermeld dat er voor betonmortel geen geharmoniseerde Europese norm is vastgesteld. Indien een op de Beoordelingsrichtlijn 1801 gebaseerd KOMO-productcertificaat wordt verkregen, geldt dat als een kwaliteitsverklaring als bedoeld in artikel 1.11 van het Bouwbesluit dat als voldoende bewijs geldt dat aan de ter zake doende eisen van de bouwregelgeving is voldaan. Toepassing van de Beoordelingsrichtlijn 1801 is niet voorgeschreven, kan niet door KOMO of Kiwa worden voorgeschreven en is, zoals hiervoor is overwogen, evenmin door de wetgever voorgeschreven.

De Raad concludeert dan dat KOMO en KIWA het gebruik van KOMO voor betonmortel niet voorschrijven – dat mogen zij ook niet.

Zoals hiervoor onder 10.1 is overwogen, schrijven KOMO of Kiwa het gebruik van het KOMO-productcertificaat voor hulpstoffen voor beton, mortels of injectiemortels niet voor. KOMO of Kiwa kunnen dan ook niet worden aangemerkt als overtreder van het bepaalde in artikel 1.7, tweede lid, van het Bouwbesluit. Gelet daarop, heeft de minister terecht geweigerd jegens hen over te gaan tot handhaving op grond van artikel 1.7, tweede lid, van het Bouwbesluit.

Er bestond geen grond voor de Inspectie Leefomgeving en Transport om handhavend op te treden richting KOMO of KIWA. Het beroep wordt afgewezen na verbetering van de gronden.

Lees de uitspraak van de Raad van State.

Na de uitspraak – discussie is weer geopend

Zoals gezegd, de uitspraak doet stof opwaaien. Er is een aantal artikelen verschenen in Cobouw.

Er zijn partijen die stellen dat de Raad van State met deze uitspraak erkend heeft dat KOMO naast CE-markering mag. KOMO zou een vrijwillig keurmerk zijn en daarmee toegelaten zijn. Ik vraag me af of we de uitspraak op die manier kunnen interpreteren. Naar mijn idee is de Raad van State aan die beoordeling niet toegekomen.

Daarnaast moeten we ons realiseren dat de Bouwproductenrichtlijn – met zijn gebrekkige implementatie – vervangen is door een verordening. De verordening werkt rechtstreeks tot alle lidstaten en de ondernemingen gevestigd in die lidstaten. Artikel 8 geeft een aantal interessante artikelen. Lid 3 richt zich meer tot ondernemingen:

3. Voor een bouwproduct dat onder een geharmoniseerde norm valt of waarvoor een Europese technische beoordeling is afgegeven, is de CE-markering het enige merkteken dat verklaart dat het bouwproduct in overeenstemming is met de aangegeven prestaties met betrekking tot de essentiële kenmerken die onder die geharmoniseerde norm of Europese technische beoordeling vallen.

Lid 4 richt zich rechtstreeks tot de lidstaten:

4. De lidstaten mogen, op hun grondgebied of onder hun verantwoordelijkheid, het op de markt aanbieden of het gebruik van bouwproducten met de CE-markering niet verbieden of belemmeren wanneer de aangegeven prestaties overeenstemmen met de voorschriften voor dat gebruik in die lidstaat.

Deze bepalingen in de verordening roepen op tot volledige harmonisatie, anders gezegd, met de Bouwproductenverordening en het daarop gebaseerde stelsel van geharmoniseerde normen zou een en ander voor wat betreft de prestaties en de kenmerken uitputtend geregeld moeten zijn. De vraag is vervolgens: welke ruimte is er nog?

De Inspectie heeft na deze uitspraak nogmaals aangekondigd te handhaven op private keurmerken, zodra het private keurmerk iets zegt over de essentiële kenmerken van het bouwproduct, welke kenmerken al gedekt zijn door een CE-markering. Anders gezegd: dubbel verklaren mag niet. De Inspectie heeft haar standpunt over private keurmerken op haar website verwoord.

Roept dit onderwerp vragen bij u op en zou een u een keer vrijblijvend van gedachten willen wisselen? U kunt Marieke Kleijn mailen; marieke.kleijn@fifthadvocatuur.nl voor een afspraak op ons kantoor in Tiel.