Opvolgend bestuurder van een besloten vennootschap? Check, check, dubbelcheck!

Het lijkt een open deur: Als je toetreedt als bestuurder van een vennootschap moet je goed controleren of de vennootschap aan al haar wettelijke verplichtingen voldoet en in het verleden heeft voldaan. Zo voorkom je dat je voor verrassingen komt te staan. Dat je nog eens extra zorg moet besteden aan de deponeringsplicht van de jaarrekening blijkt uit een vrij recente uitspraak van het Hof Arnhem Leeuwarden van 19 februari 2019.

De casus

De besloten vennootschap Matrassen Hannibal B.V. is in 2003 opgericht. Op 14 maart 2011 wordt X. als bestuurder van Matrassen Hannibal B.V. aangesteld. Op 21 juni 2011 – 3 maanden later – gaat Matrassen Hannibal B.V. failliet.

De aangestelde curator constateert dat de jaarrekening over 2009 niet tijdig is gedeponeerd. Dit had uiterlijk 31 januari 2011 moeten plaatsvinden. Hoewel X. op dat moment nog geen bestuurder van de vennootschap was, heeft de curator hem aansprakelijk gesteld voor het tekort in het faillissement – een bedrag van € 319.588,79 – op grond van artikel 2:248 BW.

Op grond van dit artikel is een bestuurder jegens de boedel aansprakelijk wanneer hij /zij:

  1. zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en
  2. aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Wanneer niet wordt voldaan aan de deponeringsplicht staat vast dat de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Uitspraak rechtbank en Hof : bestuurder aansprakelijk voor het tekort in de boedel

De rechtbank heeft de vordering van de curator toegewezen. X. is daartegen in hoger beroep gegaan. Het Hof oordeelde dat op de X. de verplichting rustte om de jaarrekening alsnog te deponeren, nu deze niet tijdig was gedeponeerd. Nu hij dit heeft nagelaten heeft hij niet voldaan aan de deponeringsplicht en komt onweerlegbaar vast te staan dat hij zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld.

  1. heeft in hoger beroep nog geprobeerd om het wettelijke vermoeden ex artikel 2:248 BW te ontzenuwen maar is daar niet in geslaagd. Volgens vaste rechtspraak moet dan aannemelijk worden gemaakt dat andere feiten en omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. X. gaf aan dat er sprake was van een economische recessie en dat deze recessie de oorzaak van het faillissement was. Dit standpunt werd volgens het Hof onvoldoende onderbouwd.
  2. heeft ook nog betoogd dat geen sprake is van een ernstig verwijt en dat hij zou hebben gehandeld zoals ieder redelijk bestuurder zou hebben gehandeld. X. doet een beroep op artikel 2:9 BW. Hier is het Hof vrij kort over, nu dit niet relevant is voor de vraag of er sprake is van onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 lid 2 BW, waar de curator een beroep op heeft gedaan.
  3. heeft zich tot slot nog op het standpunt gesteld dat het schadebedrag – het tekort in de boedel – moest worden gematigd. Hij voerde daartoe aan dat hij slechts drie maanden bestuurder is geweest en er tijdens zijn bestuur geen misstanden hebben voorgedaan. Ook hier ging het Hof niet in mee en nam daarbij onder meer in overweging dat X. bekend was met de slechte financiële positie van Hannibal Matrassen B.V. Het Hof bekrachtigde de uitspraak van de rechtbank en X. draait dus op voor het tekort in de boedel.

 

Moraal van het verhaal: check altijd heel goed of een vennootschap aan haar deponeringsplicht heeft voldaan wanneer je toetreedt als bestuurder. Ben je al toegetreden als bestuurder en constateer je dit achteraf? Regel dit dan – indien mogelijk – alsnog! Kom je er niet uit neem dan contact op met een van onze advocaten!