‘REACH Compliant’ en ‘REACH gecertificeerd’ misleidend en onrechtmatig

Per 1 juni 2007 is de zogenaamde REACH-Verordening van kracht. REACH staat voor Registration, Evaluation and Autorization of Chemicals. Deze verordening beschrijft waar bedrijven en overheden zich aan moeten houden wanneer zij zich bezighouden met de productie van chemische stoffen en / of handel in chemische stoffen. Uit de REACH-Verordening volgt dat leveranciers van een voorwerp waarin een chemische stof in bepaalde mate aanwezig is, verplicht zijn om de afnemer – niet zijnde consument – hierover te informeren. Het doel hiervan is om een veilig gebruik van dat voorwerp mogelijk te maken.

Sinds die tijd gebruiken fabrikanten vaak termen als REACH compliant of REACH gecertificeerd om aan te geven dat aan deze regelgeving voldaan wordt. Wat betekenen deze termijn eigenlijk? En mag je ze zonder meer gebruiken? Daarover heeft de rechter zich gebogen.

Uitspraak Rechtbank Gelderland over termen ‘REACH compliant’ en ‘REACH gecertificeerd’

Op 19 juli 2017 heeft de Rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, (ECLI:NL:RBGEL:2017:4187) geoordeeld dat een importeur en verkoper van gymmatten zich schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken en oneerlijke concurrentie. Aanleiding van deze procedure was het gebruik van de termen ‘REACH compliant,’ ‘REACH gecertificeerd, ’REACH certified material’ en ‘REACH conform’ op de website van deze importeur / verkoper en een vermelding van deze termen op de desbetreffende gymmatten.

De casus was als volgt: AG Industries B.V. (hierna ‘AG’) is producent van opblaasbare gymmatten voor professioneel gebruik. Airtrack Factory B.V. (hierna ‘ATF’) is importeur en verkoper van eenzelfde soort gymmatten. ATF heeft op haar website aangegeven dat haar producten ‘REACH compliant’, ‘REACH gecertificeerd’, ’REACH certified material’ en ‘REACH conform’ zijn. Deze termen heeft zij tevens gebruikt op de betreffende gymmatten.

Vordering AG richting concurrent – staken gebruik REACH aanduidingen

AG heeft een aantal gymmatten afkomstig van ATF laten testen. Uit deze testen is gebleken dat de gymmatten een hoge concentratiewaarde bevatten van een zeer zorgwekkende stof. AG heeft tijdens een procedure onder meer een verklaring voor recht gevorderd dat ATF handelt in strijd met de REACH-Verordening en daardoor tevens onrechtmatig handelt jegens AG. Daarnaast vordert AG een verklaring voor recht dat ATF zich schuldig maakt aan oneerlijke rechtspraktijken en misleidende reclame, waardoor zij zich onrechtmatig jegens AG heeft gedragen. Ook vordert AG een verklaring voor recht dat ATF zich schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke concurrentie / oneerlijke mededinging en ATF ook om die reden onrechtmatig handelt jegens ATF.

De rechtbank heeft in een tussenconclusie geoordeeld dat er in een aantal matten van ATF bepaalde chemische stoffen zijn verwerkt boven een bepaalde concentratiewaarde. Dit heeft geleid tot een drietal (door de rechtbank beantwoorde) vragen, welke in het hiernavolgende worden behandeld:

  1. Welke regels op grond van REACH-Verordening gelden voor deze matten waarin SVHC’s (zeer zorgwekkende stoffen) zijn verwerkt boven de concentratiewaarde van 0,1 gewichtsprocent.

Omdat de gymmatten een bepaalde hoeveelheid zeer zorgwekkende stoffen bevatten, rust op ATF op grond van de REACH-Verordening de verplichting om haar afnemers actief te informeren over de exacte samenstelling van haar producten.

  1. Zijn deze regels overtreden door ATF, zoals AG stelt?

De rechtbank oordeelde dat uit niets blijkt dat ATF aan haar verplichting heeft voldaan. ATF heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet precies op de hoogte was van de samenstelling van de matten en dus de afnemers niet kon informeren. De rechtbank oordeelde dat ATF redelijkerwijs behoort te weten hoe de door haar op de markt gebrachte matten samengesteld waren. ATF mocht zich niet verschuilen achter haar leverancier uit China. De rechtbank oordeelde dat er aldus was gehandeld in strijd met de REACH-Verordening, maar oordeelde in het vervolg daarop dat hierdoor op zichzelf nog niet onrechtmatig jegens AG gehandeld was.

  1. Handelt ATF in strijd met de Wet oneerlijke handelspraktijken en de Wet misleidende reclame door op haar producten op verschillende manieren te suggereren dat deze in overeenstemming zijn met de REACH-Verordening door gebruik van de termen ‘REACH compliant’, ‘REACH gecertificeerd’, ‘REACH certified material’ en ‘REACH conform’?

De rechtbank oordeelt dat ATF door het gebruik van de betreffende termen het jegens derden laat voorkomen alsof wordt voldaan aan haar verplichtingen van de REACH-Verordening.  Dit is naar het oordeel van de rechtbank misleidend, ‘omdat deze termen geen basis vinden in de REACH-verordening en zodoende iets te lijken garanderen wat niet bestaat.’ Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de mededelingen misleidend zijn ‘omdat zij de indruk wekken dat ATF zich geheel conform de REACH-Verordening gedraagt, terwijl zij nalaat de afnemers de informatie te verschaffen waartoe artikel 33 lid 1 REACH-Verordening haar verplicht. Door te suggereren dat zonder meer aan de verordening is voldaan, voorkomt ATF bovendien vragen die dwingen tot het geven van de in artikel 33 lid 2 bedoelde informatie aan consumenten.’

De rechtbank ziet dit als een oneerlijke handelspraktijk en misleidende reclame omdat ATF zich in een tegenover haar concurrenten bevoorrechte positie plaatst door het publiek te misleiden. Daarbij verwerpt de rechtbank het verweer van AG dat de REACH-Verordening niet zou strekken tot bescherming tegen schade die producenten of handelaren in producten leiden door oneerlijke concurrentie.

Speciale aandacht verdient ro. 4.20 van de rechtbank waarin zij ten overvloede overweegt dat het aannemelijk is dat ATF door het gebruik van de termen niet alleen ontkomt aan haar informatieplicht, maar ook inhoudelijk de suggestie wekt dat de matten minder dan 0,1 gewichtsprocent aan weekmakers bevatten, waarmee zij lastige vragen voorkomt en zich ook in dat opzicht aan misleidende reclame en/of een oneerlijke handelspraktijk schuldig maakt.

Eindoordeel

De rechtbank oordeelt – onder meer – dat ATF zich door het gebruik van de betreffende termen schuldig maakt aan oneerlijke handelspraktijken, misleidende handelspraktijken en misleidende reclame. Hierdoor heeft ATF in beginsel onrechtmatig gehandeld en handelt ATF in beginsel onrechtmatig jegens AG. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat ATF zich schuldig maakt aan oneerlijke concurrentie althans oneerlijke mededinging waarmee ATF in beginsel onrechtmatig handelt jegens AG. De daarop betrekking hebbende gevorderde verklaringen voor recht worden toegewezen. Daarnaast wordt een aantal van de overige vorderingen van AG toegewezen, waaronder het bevel dat  ATF een rectificatie op haar website dient op te nemen en het bevel dat ATF  haar afnemers alsnog dient te informeren ex artikel 33 lid 1 REACH-Verordening, op laste van een dwangsom.

Conclusie – REACH compliant en REACH gecertificeerd

Wees als leverancier voorzichtig met het aanduiden van termen als ‘REACH compliant’, ‘REACH gecertificeerd’ e.d. op de producten die door jou worden geproduceerd of geïmporteerd. Wanneer (achteraf) vast komt te staan dat dergelijke termen ten onrechte zijn vermeld op bijvoorbeeld de website en / of het specifieke product, kan sprake zijn van onrechtmatig handelen jegens de concurrent.

Mirthe Nieuwstraten

Fifth Advocatuur