Bouwproducten update: CE-markering en private keurmerken

De vraag of (private) keurmerken naast CE-markering zelfstandige betekenis hebben en – belangrijker nog – of deze naast de CE-markering gevoerd mogen worden, blijft de gemoederen bezighouden. Op dit moment is de discussie vooral actueel in de bouwsector, althans  het deel van die sector die verantwoordelijk is voor de productie van bouwmaterialen of bouwproducten.

CE-markering

De elementaire beginselen voor CE-markering zijn door de Europese Commissie toegelicht in de ‘ Blauwe Gids’; de gids voor de tenuitvoerlegging van EU-productvoorschriften. CE-markering is verplicht voor producten die vallen onder de EU-productvoorschriften. Een CE-markering is geen keuze, maar een verplichting, mits de richtlijnen of een verordening het voorschrijft.

Over de CE-markering schrijft de gids het volgende:

De CE-markering vervangt alle vóór de harmonisatie bestaande verplichte conformiteitsmarkeringen met dezelfde betekenis. Dergelijke nationale conformiteitsmarkeringen zijn niet verenigbaar met de CE-markering en zouden een inbreuk vormen op de toepasselijke Europese wetgeving ter zake. Wanneer de lidstaten harmonisatiewetgeving van de Unie omzetten, moeten zij de CE-markering in hun nationale regelgeving en administratieve procedures opnemen. Zij moeten er ook van afzien andere conformiteitsmarkeringen met dezelfde betekenis als de CE-markering in hun nationale wetgeving op te nemen. Andere markeringen mogen echter worden gebruikt op voorwaarde dat zij bijdragen aan de bescherming van het algemeen belang, niet vallen onder harmonisatiewetgeving van de Unie en als het aanbrengen ervan de zichtbaarheid, leesbaarheid en betekenis van de CE-markering niet in het gedrang brengt. Het aanbrengen van bijkomende markeringen (zoals een beschermd handelsmerk van een fabrikant of andere private/nationale markeringen) is toegestaan voor zover deze markeringen geen verwarring met de CE-markering veroorzaken. Deze verwarring kan betrekking hebben op de betekenis of de grafische vorm van de CE-markering. In dat verband moeten de markeringen die de CE-markering aanvullen een ander doel vervullen dan de CE-markering. Zij moeten dus een toegevoegde waarde betekenen door conformiteit met andere doelstellingen dan die van de CE- markering (bijvoorbeeld milieuaspecten die niet onder de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie vallen) aan te geven. Verder schrijven verscheidene harmonisatiehandelingen bijkomende markeringen voor die de CE-markering aanvullen en er niet mee overlappen (zie onder 4.5.2).

Ik haal uit deze omschrijving een belangrijke constatering: Private keurmerken voor bouwproducten mogen niet dezelfde betekenis hebben als de CE-markering. Aanvulling mag, overlap niet. Andersom geredeneerd: we moeten ons realiseren – wat zegt de CE-markering en wat zegt het private keurmerk. Zeggen ze hetzelfde dan mag het niet. Wat zeggen keurmerken; dat aan bepaalde eisen wordt voldaan. Als de eisen gelijk zijn, is er geen ruimte voor het keurmerk naast de CE-markering. Het veel besproken advies van de landsadvocaat laat dezelfde redeneertrant zien.

KOMO en andere – thans- private keurmerken – bouwproducten

Het ‘ probleem’  van het KOMO keurmerk is – naast dat dit keurmerk voor de fabrikanten van bouwproducten een behoorlijke investering vergde – dat KOMO van oudsher pleegde te staan voor het voldoen aan wet- en regelgeving in de bouw – bouwbesluit, besluit bodemkwaliteit, te cetera. De verplichting om alleen producten toe te passen met een geldige CE-markering volgde uit het bouwbesluit. Via die noemer gaf  KOMO ook iets aan over de CE-markering. Dit is gewijzigd. Er is een nieuw stelsel geïntroduceerd, maar een stelsel waarover behoorlijk gediscussieerd wordt.

KOMO is niet het enige merk dat ter discussie staat. Er zijn  in de andere lidstaten van de Europese Unie vergelijkbare keurmerken voor bouwproducten. Daarnaast zou de visie dat deze discussie alleen toepasselijk is voor de bouwprouductensector blijkgeven van een tunnelvisie. Ook andere sectoren kennen keurmerken, waarvan de toelating en waarde evenzeer ter discussie staat, denk aan het TUV-GS teken. Stichting KOMO heeft in de discussie wel de meest prominente rol in Nederland.

Brief aan minister Blok aan de 2e kamer – discutabele keurmerken

Afgelopen week, op 14 maart, heeft minister Blok weer een brief gezonden aan de tweede kamer, om de tweede kamer te informeren over de status van de aanpak van discutabele keurmerken. De brief gaat alleen over de keurmerken in relatie tot de bouwproductenverordening en dan in het bijzonder het KOMO-merkteken.

De minister geeft in de brief aan dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (‘ILT’) toeziet op het gebruik van de keurmerken. De Inspectie ziet ook toe op het juist gebruik van het teken CE. Een eerste voorbeeld van een zaak waarin de inspectie optradt, is in een eerdere blog op deze website besproken.

De brief van de minister geeft blijk van het standpunt dat alleen op punten waarop de regelgeving niet geharmoniseerd is – er geen geharmoniseerde normen zijn of de onderwerpen niet terugkomen in die normen – er ruimte bestaat voor een privaat keurmerk. Het ILT ziet toe en handhaaft.

De eerste vormen van handhaving zijn bekend. De grenzen tussen private keurmerken en CE-markering blijken in de praktijk minder eenvoudig af te bakenen dan de definities hierboven doen vermoeden.

Wilt u sparren over dit onderwerp, stuur een mail naar marieke.kleijn@fifthadvocatuur.nl of bel 0344-870278. Marieke kijkt graag met u mee.