Rechter: CE-markering is basis - geen meerwerk

Veel machines die binnen de Europese Unie op de markt verschijnen moeten op grond van Europese wet- en regelgeving zijn voorzien van een CE-markering. Met een CE-markering garandeert de fabrikant dat een machine aan de wettelijke eisen voldoet en dat dit is beoordeeld. Voor de wijze van constructie en beoordeling wordt vaak aansluiting gezocht bij de (Europese) normen, bekend als NEN-norm of CEN-norm.

CE-markering = verantwoordelijkheid fabrikant / aannemer

De fabrikant draagt de juridische verantwoordelijkheid voor het product dat hij op de markt brengt. Deze moet zich ervan verzekeren dat het product aan alle eisen voldoet, en is daarmee ook verantwoordelijk voor de CE-markering. Dit geldt niet alleen bij de verkoop van producten, maar ook bij aanneming van werk, zo bevestigde de Rechtbank Gelderland in een uitspraak van 19 juli 2017 (ECLI:NL:RBGEL:2017:4112). In deze uitspraak legt de rechtbank bij de aannemer de verplichting neer om een bepaald werk in overeenstemming met de CE-markeringseisen en de toepasselijke veiligheidsnormen uit te voeren. De aannemer mag dit niet opvoeren als meerwerk.

De casus in het kort

In de aangehaalde uitspraak was tussen de betrokken partijen onder meer een overeenkomst tot stand gekomen betreffende levering en installatie van een voedingssysteem, zijnde een zogeheten ‘DIP6’. In rechtsoverweging 4.56 overweegt de rechtbank ‘’dat de CE-markering onderdeel is van de tussen partijen gesloten overeenkomst.’’

Tijdens de uitvoering van de overeenkomst zijn er allerlei aanpassingen doorgevoerd aan het systeem, waarbij onder meer een laadband is verkort. Deze aanpassing had tot gevolg dat het loopbordes te steil werd en niet meer voldeed aan de toepasselijke NEN-norm in het kader van de CE-markering.

De opdrachtgever stelde zich op het standpunt dat de aannemer ervoor moest zorgen dat het loopbordes dusdanig werd aangepast dat deze alsnog voldeed aan de toepasselijke veiligheidsnorm.

De aannemer stelde zich op het standpunt dat het in overeenstemming brengen van het door haar aangenomen werk met de toepasselijke veiligheidsnorm niet tot haar opdracht behoorde. De aannemer heeft wel een oplossing aangedragen om de helling van het bordes alsnog in overeenstemming te brengen met de toepasselijke veiligheidsnorm en heeft hiervoor een offerte meerwerk opgesteld voor een bedrag van € 48.802,00.

De rechtbank oordeelde als volgt:

‘Het is duidelijk dat deze gevaar zettende situatie ontoelaatbaar is en moet worden opgelost. [gedaagde] (de aannemer, red.) meent dat dit niet tot haar opdracht behoorde, maar de rechtbank oordeelt anders. [gedaagde] (de aannemer, red.) is de machinebouwer, die verantwoordelijk is voor de engineering en zij dient ervoor te zorgen dat een veilige machine wordt opgeleverd. Zij had dit euvel bij de aanneming van het werk moeten voorzien en haar aanbieding hierop af moeten stemmen en zij kan niet achteraf het standpunt innemen dat het in overeenstemming brengen van haar werk met de toepasselijke veiligheidsnorm meerwerk oplevert.’   

Vervolgens oordeelt de rechtbank dat het niet aanpassen van het loopbordes in overeenstemming met de toepasselijke veiligheidsnorm een tekortkoming oplevert die de opdrachtgever aanspraak geeft op schadevergoeding. Voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding sluit de rechtbank aan bij het door de aannemer geoffreerde bedrag van € 48.802,00. Dat zal de aannemer moeten vergoeden aan de afnemer.

Conclusie: CE-markering is basis – geen meerwerk

Mijns inziens heeft de rechtbank in dit geval niet zozeer van doorslaggevend belang geacht dat in de overeenkomst is opgenomen dat de CE-markering onderdeel is van de DIP6. Uit de uitspraak kan worden afgeleid dat de rechtbank van oordeel is dat het in overeenstemming brengen van een werk met de toepasselijke veiligheidsnorm (hoe dan ook) tot de taak van de aannemer behoort. De rechtbank oordeelt immers dat de aannemer, die verantwoordelijk is voor de engineering, ervoor moet zorgen dat een veilige machine wordt opgeleverd. Uit het oordeel van de rechtbank blijkt dat zij van mening is dat de aannemer het (eventueel) in overeenstemming brengen van het werk met de toepasselijke veiligheidsnormen niet mag kwalificeren als meerwerk en dat dit wordt geacht deel uit te maken van de aanneemsom.

 

Mirthe Nieuwstraten

Fifth Advocatuur